Schotland, de Roy en de Fassfern

Roy

 

Eindelijk het is zover, echt Schots weer. De hele week is het al schitterend weer, een zegen in Schotland waar normaal alleen maar water van boven komt. Voor kanoers is het zogenaamde wildwater najaars mekka daarmee ver te zoeken.

Maar nu, gedurende laatste twee dagen van onze Schotse week gaat het dan echt gebeuren, regen.

In de vroege ochtend hoor ik al regelmatig gerommel buiten de herberg, het klinkt als slagregens, zo erg zal het toch wel niet zijn?

Maar ja hoor, als ik bij het ontbijt naar buiten kijk zie ik de Nevis minimaal 20 centimeter hoger staan dan gisteren. Harry trilt en shaked, "de Nevis, de Nevis heeft water, we kunnen de Nevis gaan doen". Lennart oordeelt echter direct dat dit toch echt te hoog is voor de Nevis, hoger dan de vorige keer oordeelt hij, en toen is er al meer gelopen dan gevaren...

We besluiten dus maar naar de Roy te gaan, daar zit een mooi class 3/4 kloof met wat zwaardere passages. Als aanloop kun je de upper Roy doen WW 2/3 met een enkele moelijker passage.

De aanrij route door de hooglanden is weer schitterend, langdurig single track met inhaal inhammen. De wg gaat op en neer, bocht links, boch rechts en diverse "blind summits".

Bij de uitstap van de kloof staat een bus, dat zouden best kanoers kunnen zijn (die wel heel bijtijds op het water zitten). Langs de upper Roy rijdend zien we inderdaad kanoers en op het instappunt staat nog een bus.

We kleden om en Ralf en ik rijden de auto's om. Tijdens het omrijden speur ik naar een goed punt om er voor de kloof uit te kunnen, ik voel me slecht vandaag. Gisteren van een ijzige rotsplaat gegleden en een paar meter lager met een rotsmak op de volgende plaat beland. Ik heb een enorme rood-zwart-blauwe tattoo op mijn bovenbeen (ja,ja, hoe ga ik dat nu weer aan Saskia uitleggen(-;). Het is pijnlijk, stijf en dik. Dat wordt helemaal niets in die kloof (waar je nergens uit kunt, alleen maar op het eindpunt).

Tijdens het terug rijden zien we dat de andere kanoers uitgestapt zijn en naar de weg zijn gelopen. We maken even snel een praatje. De rivier staat hoog en de kloof is niet voor hen weggelegd bij deze waterstand (tegen de class 5). Ik weet genoeg, hier ga ik er in ieder geval ook uit, dan loop ik wel terug naar de auto.

Eenmaal aan het beginpunt deel ik mijn plan mede en de rest besluit ook dat ze dan maar tot de kloof varen, veel water in een kloof waar je niet uit kan trekt niemand echt aan.

We vertrekken en de upper Roy is inderdaad een leuke opwarmer, ik heb er zelfs lol in, er zitten een paar leuke passages is en verd is het schitterend varen in een mooi schotse hooglande landschap.

Een wat onoverzichtelijkere passage verkennen we even en duiken er een voor een vanaf, ik als laatste nadat ik eidereen gefotografeerd en gefilm heb. Ik vaar aan en ben er doorheen. Maar zoals gezegd, beroerd in mijn boot, geen heupgevoel en ik struikel over een paddestoel.

Onder water is het een tijdje zoeken naar mijn peddel doe dan een halve rol, raak iets met mijn helm en het sein gaat op rood, "de lus".

Even later komt het koppie naast de boot boven, ik baal er nog geeneens van, het loopt gewoon niet vandaag. De rest redt de spullen, ik kruip door het struikgewas naar de boot die Frits in een keerwater staat vast te houden (en ja, dit staat allemaal op film, van twee kanten, Harry en ik varen vandaag beiden met een helmcam).

Snel legen we het geheel en gaan weer op weg.

Dan herken ik het uitstappunt, vlak achter een grote passage. Deze heeft echter een perfecte chicken run over rechts, een kanaaltje (het lijkt we een vistrap) overbrugt het vervan van toch wel dik 3 meter eenvoudig. That's my run denk ik, vaar er omheen en stap uit om de rest te kunnen fotograferen.

De rechter kant van de rivier brede drop laat een eenvoudige lijn open die iedereen perfect (met of zonder sidegrab) doet.

 

De chickenrun (let op de schapen op het eilandje, die zijn ingesloten door het gestegen water)

uitloop

Ik ga terug lopen naar de auto, dat was toch al het plan en 3 kwartier later kan de rest totaal verkleumd warme spullen aantrekken.

De droogpakken worden deels aangehouden, als we opschieten kunnen we nog naar de Fassfern. Ikku niet, ik ga wel fotograferen.

Fassfern

Omdat het water in de Roy te hoog staat om door te varen in de kloof stappen we na de Upper Roy uit en hebben we nog enkele uren daglicht om iets anders te varen. Halverwege de rit uitstappen heeft zo z’n nadelen, waaronder een voettocht van Menno om de auto op te halen. De anderen staan ruim een half uur in de kou net zo’n blauwtong te krijgen als de schapen om ons heen. Bij het uitrijden van het Roy-dal komt Ralf nog genadeloos vast te zitten in de modder langs de kant van de weg. De trekhaak en spanband van Menno krijgen voor elkaar wat 4 krachtpatsers niet lukt. Daarna kunnen we onze reis vervolgen naar de Fassfern.

De Fassfern ligt vlak bij Fort William en is daarom uitermate geschikt voor en verloren middagje. We parkeren de auto’s bij de uitstap van het riviertje en moeten het hele traject eerst stroomopwaards lopen. Dit is kenmerkend voor de kleinere beekjes in Schotland. Menno besluit om de wandeling maar zonder boot te doen.

Bye, bye boys, het schemert al een beetje, de foto's leveren niets op

Als we een tijdje onderweg zijn komen we een echt Schots dametje met hoedje, waxcoat en twee honden tegen. ‘Are you going all the way to the bridge?’. Dat is nog eens een hart onder de riem, vooral als je bedenkt dat we nog verder moeten dan de brug. Maar eerst moeten we nog langs haar honden. De grotere, zwarte hond rent schuimbekkend langs ons heen en weer, terwijl de kleinere, langharige, bruine zich door ons laat opjagen. Blaffende honden bijten niet, maar helaas is het alleen de kleine bruine die onafgebroken keft. Na een paar honderd meter weet de grote hond de kleine langs ons heen te sluizen en hebben we het pad weer voor ons zelf. Vlak voor het eind van de wandeling zien we de belangrijkste passage van de Fassfern, die we vanaf de kant inspecteren. Hij staat te boek als 5-, maar zeker bij deze waterstand ziet het er niet zo bedreigend uit. We lopen nog een klein stukje verder naar de instap en daar komen Ralf en ik erachter dat Frits al weet dat Harry al eerder een afslag naar het water heeft gezocht (ok, deze zin heb ik overgeschreven van een logikwis puzzel).

Het stroomt flink door en we komen dus al snel bij de geïnspecteerde passage. Alle drie worden we verrast door het eerste verval, dat ons helemaal onder water drukt. Gelukkig is er een redelijk poel om weer te herstellen voor het tweede deel, dat bestaat uit een chicane om een rots heen. Het vervolg van de beek is continu vermaak. Overal zit de snelheid er goed in, er zijn veel vervalletjes, maar niks om je druk over te maken. Na een tijdje schiet Harry uit de berm en sluit hij zich bij ons aan. De officiele laatste passage voor de uitstap moet je volgens het boekje achteruit varen, maar dat hebben wij dan weer allemaal omgedraaid. Wij stuiteren letterlijk en figuurlijk nog 1 passage extra af en lopen daarna weer een klein stukje omhoog naar de parkeerplaats. Menno is inmiddels al met 1 auto naar de winkel, maar de 4 boten passen gelukkig net op Ralf’s dakdragers. Zoals iedere dag komen we weer in het donker in Fort William aan.

Michiel (Z)